|
We staren naar de berg tegenover ons waar op de top nog wat bomen zichtbaar waren. Nu valt de wolkenmist langzaam naar beneden en onttrekt ons het zicht op de top. De man achter ons gebaart en zegt zoiets als dat hij er een heeft gezien. Jeroen zegt: ‘ hoop doet leven, zou het echt zo zijn?’ . We blijven nog een poosje staren in de luchtledige mist maar kunnen geen condor ontdekken. We zijn vanuit Popayan naar het Puracé national park gereden waar een condor uitzichtpunt is. Als we vanaf de gravelweg naar boven lopen staat daar een tanige verweerde man met een stok op een rots. Bij hem landen zo nu en dan zwarte vogels, een soort kraaien. Geen wonder, naast hem staat een koelbox waaruit hij zo nu en dan dode kuikens of repen rauw vlees haalt om hen te voeren. Ook op de iets hoger gelegen rots liggen wat stukken vlees om ‘zijn’ condors te lokken. Helaas hebben deze reusachtige vogels dit keer geen zin in een kant-en-klaar maaltijd en taaien wij af na een uur wachten op deze plek op ca 3300 meter. Niet veel verder moet ook de besneeuwde vulkaan Purace liggen op 4600 meter maar ook die zien we helaas niet liggen. We rijden terug over de gravelweg naar beneden die nog redelijk goed begaanbaar is vergeleken met de gravelweg die we gisteren dwars door het park reden. 36 km gravelweg over een pas waarbij we alle kanten op geslingerd werden door dicht struikgewas wat geen uitzicht naar enige kant biedt behalve de weg. Twee uur zijn we onderweg voordat een asfaltweg weer begint. Het is een doorgaande weg waar ook het vrachtverkeer gaat. Vrachtwagens kunnen elkaar amper passeren en we staan dan ook met enige regelmaat stil. Onbestaanbaar voor Nederlandse begrippen maar hier doodnormaal. We zijn op rondreis in Colombia en genieten volop van het moois wat hier te vinden is. We zijn vanuit Santa Marta in het Noorden naar Bogota in het midden gevlogen. Daar tussenin ligt een gebied waar het ministerie van Buitenlandse zaken kleurcode oranje heeft gezet en dus niet helemaal veilig zou zijn. In Bogota worden we opgehaald door de moeder (Milo) van onze schoondochter Liss. Er woont veel familie van Liss in Bogota en we ontmoeten ook haar vader. Milo en Liss haar broer nemen ons mee op sleeptouw door Bogota. We gaan met de kabelbaan naar Montserrat waar we een geweldig uitzicht hebben op de stad met 9 miljoen inwoners. We wandelen door el Calanderia het oude stadsgedeelte met plaza Bolivar. Hier en daar bezoeken we een museum en drinken natuurlijk de beroemde koffie. Na een paar dagen halen we onze huurauto op bij de luchthaven en gaan samen verder naar het zuiden. We bezoeken de Tatacoa woestijn, een rood specifiek landschap en zakken verderaf naar San Augustin. Het ligt niet zo ver van Equador en we zien veel mensen in poncho’s die zo kenmerkend zijn in deze regio. De paarden en ezels van weleer hebben plaatsgemaakt voor brommers en motoren en beheersen het straatbeeld. Verkeersregels zijn er amper zo lijkt het en Jeroen moet flink zijn best doen om geen aanrijding te krijgen. We bezoeken een archeologisch park met Grafbeelden uit de noordelijke Andes cultuur. Ook gaan we naar een nauwe doorgang van de Magdalena rivier die 1540 km lang is, van Zuid naar Noord stroomt en uitmondt in de Caraïbische zee. We genieten volop. Na de gravelpas zijn we aangekomen in Popayan wat in rood gebied ligt volgens buitenlandse zaken maar de stad zelf en ook de weg naar het Noorden schijnt veilig te zijn. Wij voelen ons veilig maar gaan ‘s avonds maar niet meer de straat op. Popayán bekoort ons niet zo. De witte stad die bekend staat om zijn dichters en schilders zien we in de regen. Ons beeld zal wel een beetje vertroebeld zijn. Rondom Popayán wanen we ons in de bergen van Oostenrijk; een lieflijk landschap met veel beken en watervallen. Vandaar gaan we naar de koffie driehoek bij Salento. Het is alweer een lange dag rijden. Colombia is 28x Nederland en dat merk je aan de afstanden die we afleggen. De wegen zijn slecht. Het komt zomaar voor dat we een uur stil staan ivm wegwerkzaamheden. Een dagafstand van 250-300 km is ongeveer het maximum. Salento is een kleurrijk en lieflijk plaatsje. We slenteren er door heen en lopen 250 treden naar het uitzichtpunt boven de stad. Na de lunch bezoeken we ook de nabij gelegen Cocorná vallei met zijn metershoge palmen. Bij een koffietent rusten we uit van onze wandeling en drinken de zoveelste smakelijke koffie die dag. We kijken omhoog tussen de palmen door en zien dan condors vliegen. De uitbaatster bevestigt onze ontdekking. Van daaruit gaan we naar Medellin. De tweede grootste stad van Colombia. We stallen de auto op een beveiligde parkeerplaats en verplaatsen ons door de stad mbv bus en metro. Medellin is van oudsher een criminele stad en de naam Pablo Escobar is voor eeuwig verbonden met de stad. Het Botero park in het midden van de stad met beelden van Botero is een publiekstrekker. We slenteren van daar door de stad en nemen later de metro naar El Poblado, een soort juppen-wijk. De luxere hotels en restaurants zijn hier te vinden. Wij genieten voor de verandering van een luxe Italiaanse lunch. De volgende dag gaan we naar Comuna 13, van oudsher de meest criminele wijk in Medellin. Hier waren de drugskartels heer en meester en wilde je de wijk verlaten dan moest je daarvoor betalen. Na een inval door de regering in 2002 met de nodige doden en slachtoffers is deze wijk omgetoverd tot een trekpleister voor toeristen. Muurschilderingen, streetfood en souvenirtenten staan er opgepropt tegen elkaar aan. De muziek tettert ons in de oren. We laten ons rondleiden door een gids, die ons de belangrijkste geschiedenis verteld. De openlucht roltrappen, ca 8 stuks achter elkaar zijn het middelpunt van deze wijk. Over de naastgelegen sloppenwijken loopt een kabelbaan die fungeert als openbaar vervoer. Het maakt deze wijk toegankelijker voor zijn bewoners. Vanuit Medellin vertrekken we richting Bogota en bezoeken onderweg nog Guatepe. Het ligt aan een merengebied en zou zomaar Oostenrijk of Zwitserland kunnen zijn. Het plaatsje is toeristisch want hier ligt een 220 m hoge granieten monoliet, die je kan beklimmen. Hiervandaan is het nog 400 km rijden naar Bogota. ‘s Middags rijden we nog een stuk die richting op en overnachten in een zogenaamde eco lodge. Koud water en uit de douchekop steken electriciteitsdraden. We besluiten om maar niet te douchen en na een nacht op een hard bed gaan we snel verder. De volgende dag boeken we een luxer hotel aan de rand van Bogota en halen de schade daar ruimschoots in. Wat gaan we de volgende dag nog doen? We vliegen ‘s avonds om 7 uur en daarom willen we wat rondrijden in de omgeving van Bogota. Bogota zelf is geen optie met 9 miljoen mensen en evenzoveel auto’s, motoren en brommers. Bij de auto aangekomen blijkt dat die niet wil starten. De accu is leeg. Met behulp van een medewerker van het hotel leggen we contact met de verhuurmaatschappij die na ca 2 uur komt opdagen. De auto wordt gestart mbv startkabels maar zoals blijkt is de accu niet meer betrouwbaar. Starten en niet meer uitzetten is het advies. We leveren daarom de auto een halve dag eerder in dan gepland en gaan nog maar een bezoek brengen aan een groot winkelcentrum per taxi. ‘s Avonds vliegen we terug naar Santa Marta waar de boot ligt. Er staat een behoorlijke swell in de haven als gevolg van een storm die er heeft huis gehouden, met bijbehorend golven. Gelukkig hebben we geen schade, maar we beseffen weer eens dat we door het oog van een naald zijn gekropen. Nog een paar dagen hier en dan gaan we door naar Cartagena, Colombia. We hebben wel zin in een zeiltocht en verlangen naar Panama, de San Blas eilanden waar we kunnen zwemmen en snorkelen.
2 Comments
Eveline
2/15/2026 01:22:45 pm
Wat weer mooi beschreven en wat zien en doen jullie veel.
Reply
Karin
2/15/2026 01:55:10 pm
🥰
Reply
Leave a Reply. |
AuthorKarin de Lange Archief
December 2025
|



